Terug naar hoofdinhoud
Klaas Bruinsma

Rode portefeuille op de Tegelberg

Door Hilma Bruinsma, over haar vader Klaas Bruinsma

Zodra mijn vader Klaas Bruinsma ingescheept was op de Tegelberg begon hij aan de eerste brief aan mijn moeder, Janke Venema. Alleen al op de Tegelberg schreef hij haar een dikke stapel.

Toen ik mijn moeder in april 2012, op haar kamer in het verpleeghuis, vertelde dat ik bezig was met het lezen van die stapel, eindelijk op weg naar Indië, vroeg ik haar of zij zich de donkerrode, kleine portefeuille herinnerde, met een foto van mijn vader, mijn oudste broer op zijn arm, achter een ovale uitsparing? Die zij mij tientallen jaren geleden gaf? Waarvan ik nooit zo goed wist waarom ik hem kreeg?

Mijn moeder was soms heel helder en dan weer ineens ergens anders in plaats en tijd waar ik haar kon volgen maar soms ook niet, daar was ze afwisselend helder of erg in de war of onmachtig boos. Haar helderheid is zo intens, van zo’n onmiskenbare echtheid, ze ademt dan een immens, scherp soort mildheid, ontdaan van voorzichtige scrupules. Er brak een grote brede glimlach door bij mijn vraag.

Rode portefeuille met foto Klaas en oudste zoon Wim

Klaas Bruinsma

O, ja! zei ze. Ik vertelde haar dat ik in de brieven las dat de Tegelberg in Port Said omringd werd door parlevinkers. Hun handel had veel aftrek, al was het maar dat er na dagenlange verveling eindelijk leven in de brouwerij was, en wat voor leven. Het ging er niet zachtzinnig aan toe, je moest een plek aan de reling bemachtigen om überhaupt aan het loven en bieden mee te kunnen doen. Met handen en voeten afdingen en hopen dat de verkoper er niet met je geld vandoor ging zonder te leveren.

‘Parlevinkers en kooplui op bootjes in Port Said. Gooien hun lijnen tot op het hoogste dek, hijsen hun mandjes op, dan begint het loven en bieden, schreeuwen en krijsen. De meeste mannen wordt het vel over de oren getrokken. Allerhande kleren van westers tot nachthemd, lederwaren, portefeuilles, sigarettenkokers, tassen, schoenen etc. Sinaasappels en pinda’s, zuidvruchten zoals dadels. Zakdoeken en hoofddoeken.

De schurken, zeerovers vragen f 10,- voor een sigarettenkoker, voor een damestas f 40,-. Verschillende jongens trapten er in en kochten voor de helft nog veel te duur. De een had iets voor een tientje, de ander voor fl 5 en een ander voor fl 3. Fantastisch en vermakelijk om te zien.

Na het eerst even aangezien te hebben wilde Klaas en zijn maat ook meedoen, het was niet makkelijk een plaatsje aan de reling te veroveren. Sigarettenkoker voor f 2,-, ieder 4 sinaasappels voor f 2,- ieder een portefeuille voor f 3,- die op f 10,- begonnen.

Ze wilden alleen papiergeld. Ze spraken Engels en Nederlands en vloekten ons in onze eigen taal uit.

Eentje liet het touw schieten met f 25 nog te wisselen, de schuimer wilde er tussenuit knijpen. Jan soldaat hield toen een lege ….. overboord, had je de kerel moeten zien, doodsbang.

Ze konden 3 paar sandalen kopen, eerst door schreeuwen de aandacht trekken, het touw opvangen, dan beduiden dat ze schoenen willen hebben. Eerst geld zenden. Ik knoopte het touw aan de reling, eerst schoenen! De kerel vertrouwde het niet - doe eerst één schoen - en dat snapte hij, daar kun je toch niks mee. Zij pasten en - ja is goed -. Moest f 15 per paar kosten, uitgekomen op f 24 voor drie paar. Maar toen paste één paar, een ander te klein, ander te groot. Kerel nijdig toen er weer een ander paar omhoog moest, eindelijk had hij ook een passend paar. Nog 25 Egyptisch sigaretten voor f 6,-.’

De levendige beschrijvingen van Klaas, hoe hij ondanks dat hij steeds verder van haar en hun kind wegvoer, intens genoot van deze reis. En dat hij daar, op dat moment, een rode portefeuille kocht, voor haar.

Dat ik, toen ik dat las, thuis mijn rode portefeuille uit de kast tevoorschijn haalde en daar de half weggesleten Egyptische afbeeldingen op zag, waarvan ik de herkomst nooit eerder begreep.

Het is alsof hij ons groette, of wij ineens daar bij hem aan boord waren. Haar ogen twinkelden, zij lichtte bijna op. Ik vertelde haar dat hij zo genoot van de zeereis, eindelijk op zee! Ik vertelde dat de mensen aan wie ik het vertelde, het zo’n mooi verhaal vonden en haar glimlach werd nog breder, het is een eer zei ze, ik zeg dat het voor mij een eer is, zo dichtbij mogen komen door hun brieven. Het is een wonder lachte ze.

Zal ik je eten hier naar je kamer halen vroeg ik haar en toeval of niet, ze kreeg Indisch eten, nasi, atjar, eitje, satésaus, ik voerde haar hapje voor hapje een vorstelijk rijsttafelmaal. Toen was het goed, ik mocht haar terugbrengen naar de huiskamer en daarna kon ik gerust gaan.

Ik vroeg mij verwonderd af wat zij bedoelde met - het is een wonder - het is een wonder, ook voor mij.