Terug naar hoofdinhoud
Wilhelmus (Wub) Jozef Koper | 21-03-1925 - 05-08-1988

Het Indië verhaal van Wilhelmus (Wub) Jozef Koper

Wilma Heijink-Koper, Nelly de Heer-Koper en Marloes de Heer (kleindochter)

Onze vader en opa moest voor zijn dienstplicht drie jaar naar Indië van 1946 t/m 1949. Hij is geboren op 21 maart 1925 en ging op 3 oktober 1946, na vijf jaar tweede wereldoorlog, met het schip de Tegelberg naar Indië waar ze op 29 oktober 1946 aankwamen. Hij behoorde tot het 3e Bataljon Garde Regiment Grenadiers (3GRG), dit was een onderdeel van de C-Divisie “7 December”. Hij was soldaat 1e klasse, functie chauffeur ploeg EDT. Zijn actiegebied was Buitenzorg – Tjitoeroeg en Soekaboemi.

Wij zijn een gezin met vier kinderen, drie meisjes en een jongen, waarvan de eerste (Nelly) en de derde (Wilma) anders denken over het gehele Indië verhaal dan de tweede (Marjan) en de vierde (Jan). We hebben onze jeugd allemaal anders ervaren, dat kan en mag ook, geen probleem want we respecteren elkaars mening en we blijven toch samen. De onderlinge band is sterker dan onze verschillende meningen.

wub-koper

Wub Koper

Wub was chauffeur

Onze vader vertelde nooit zoveel over zijn tijd in Indië, wat hij wel vertelde waren toch wel de leuke verhalen. Naar de bioscoop, de voetbal wedstijden, het hebben van een aapje en een vogel, het uitgaan, etc. Toch heb ik altijd een bepaalde spanning / sfeer bij ons thuis gevoeld. Soms was hij zwijgzaam en ook wel veel weg buiten zijn werk om, altijd weer nieuwe hobby’s zoals vogels, vissen en later zijn moestuin.

Eigenlijk bemoeide hij zich niet met onze opvoeding en als hij dat wel deed dan pakte dat vaak niet goed voor je uit. Dat onvoorspelbare van hem vond ik wel lastig. Ik had graag gewild dat er iemand tegen mij had gezegd dat het niet aan mij lag, maar dat hij het soms erg moeilijk had, nu zou je zeggen PTSS.

Daarentegen was onze moeder gemakkelijk, vrolijk en hield ze van gezelligheid, die maakte dat er een redelijk goede balans was. Ze leunde veel op mijn oudste zus. Toch hebben ze allebei geleden onder het gedrag van mijn vader. Soms zeiden wij tegen elkaar . . . oh pa heeft het weer . . . de tropenkolder en dan ontweken we hem zoveel mogelijk.

Met de vakanties was mijn vader zoals je dat zou wensen, alles kon en hij reed ons overal heen, was gezellig en vrolijk. In het dagelijks leven was het een stuk moeilijker, hij dronk vrij veel alcohol.

Hij overleed vrij jong, op 63 jarige leeftijd. Ik besef nu pas wat bijna tien jaar oorlog met je doet. Hoe meer ik er over lees en over nadenk, hoe groter mijn respect voor hem is, ik vind het nog knap dat hij zich zo staande heeft weten te houden.

Eigenlijk was het een hele lieve en behulpzame man, maar ga er maar aan staan na zo’n “jeugd” en het daarna moeten zwijgen over wat ze allemaal hadden meegemaakt.

Ze werden bij de thuiskomst niet gewaardeerd door de regering en de maatschappij, ik vind dat heel slecht omdat ze ook maar als dienstplichtigen naar Indië werden gestuurd, want weigeren was in die tijd ook geen optie. 

Wilma Heijink-Koper 

Nelly de Heer-Koper en Marloes de Heer (kleindochter) 

Velsen Noord, 24 juli 2026