Het verhaal van de dienstplichtigen waaronder mijn vader in Nederlands-Indië (1946–1949)
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog was Nunspeet een belangrijke verzamelplaats voor Nederlandse bataljons die op uitzending gingen naar Nederlands-Indië. Ook mijn vader vertrok vanaf daar. Dienstplichtige militairen marcheerden in die tijd te voet vanaf de legerplaats naar het station, “begeleid door militaire politie.” Met de trein werden zij vervolgens naar verzamelhavens vaak Rotterdam of Amsterdam gebracht om in te schepen op troepentransportschepen. Zo begon zijn lange reis naar de andere kant van de wereld.
Mijn vader diende bij 1-6 en 2-6 RVA, onderdelen van het Regiment Veldartillerie (RVA). Deze afdeling bestond uit meerdere batterijen en werd in de periode 1946–1949 ingezet om het Nederlandse gezag in de kolonie te handhaven. De RVA leverde vuursteun voor infanterie, nam deel aan beveiligingstaken, bemande posten en ging mee op patrouilles. Artillerie betekende niet alleen kanonnen; het was ook wachten, uitgestuurd worden en alert blijven in een land dat in opstand was.
De werkelijkheid in Indië
Nederland voerde twee grote militaire operaties uit
- Operatie Product (1947) gericht op het heroveren van economisch belangrijke gebieden zoals plantages, spoorlijnen en havens
- Operatie Kraai (1948) een grootschalige aanval om de Republiek Indonesië militair te verzwakken.
Eenheden van 6 RVA werden onder meer ingezet op:
- West-Java o.a. Batavia (Jakarta) en Buitenzorg (Bogor)
- Midden-Java Semarang en de omgeving van Djokja
- Mogelijk later ook Oost-Java, vooral tijdens de tweede actie
Het dagelijkse leven van een militair was zwaar. Lange periodes in het tropisch klimaat, vaak in geïsoleerde posten. Patrouilles door dorpen, velden en jungle waar guerrilla’s zich schuilhielden. De vijand was meestal onzichtbaar, tot het te laat was. De spanning en onzekerheid waren voortdurend aanwezig.
In totaal kwamen ongeveer 6.000 Nederlandse militairen in Indië om het leven. Velen keerden terug met herinneringen die niet zichtbaar waren maar wel blijvend.
Wat hij waarschijnlijk heeft meegemaakt
Hoewel ik zijn persoonlijke ervaringen niet kan kennen, is het aannemelijk dat mijn vader:
- onderdeel was van artilleriesteun en soms van patrouilles of beveiligingstaken.
- Geconfronteerd werd met hinderlagen, schoten in de nacht en het verlies van kameraden.
- Geweld en morele dilemma’s heeft gezien, heeft moeten leven met spanning, angst en onzekerheid
- Drie jaar lang in een conflict zat dat officieel “politionele acties” heette, maar in feite een oorlog was.
De last na terugkeer
Voor veel Indië-veteranen eindigde de strijd niet bij thuiskomst. De psychische gevolgen sleepten zich voort: herbelevingen, nachtmerries, slapeloosheid, woede, stilte. Wat wij tegenwoordig herkennen als PTSS werd toen nauwelijks benoemd. Over Indië werd decennialang weinig gesproken ook thuis bleef vaak veel onuitgesproken.
Mijn vader vond later steun bij zijn kameraden. Bij herdenkingen ontmoette hij oude dienstmaten, en daar voelde hij zich begrepen zonder woorden. Toch droegen velen van hen hun herinneringen levenslang met zich mee, soms zichtbaar, vaker onzichtbaar.
In herinnering
Mijn vader maakte deel uit van een generatie die werd uitgezonden naar een oorlog ver van huis, in een land dat vocht voor zijn onafhankelijkheid. Wat hij heeft gezien, gevoeld en meegemaakt, vormde hem voor de rest van zijn leven. Zijn verhaal is niet alleen geschiedenis, maar ook familie-erfgoed.
